Wat is N-VA?
In dit manifest willen we duidelijk maken waar we voor gaan.
Voor ons primeert inhoud op naam en verpakking.
Wij willen een eigen smaak geven aan het politieke gebeuren en ons distantiëren
van kleurloze herverkavelingstheorieën. We hebben gepoogd om in 21 beginselen
concreet vast te leggen waar wij het verschil met de anderen willen maken.
Soms staan onze ideeën dan ook haaks op wat vandaag politiek ‘bon
ton’ is. Meteen worden evenveel ankerpunten voor onze politieke actie
aangereikt, in afwachting dat een congres het programma van de Nieuw-Vlaamse
Alliantie nader invult. Uiteraard wil de Nieuw-Vlaamse Alliantie een ruimer
veld beslaan dan wat in dit Manifest wordt aangeraakt, maar het leek ons essentieel
vandaag in grote lijnen aan te geven waar we ons in het politieke landschap
situeren.
1. Vlaanderen eerste referentiepunt
2. Vlaams-Brussel maakt deel uit van Vlaanderen
3. Vlaanderen moet een eigen plaats krijgen in Europa en de wereld.
4. Kritische Europeanen
5. Beter globaal, meer lokaal
6. Pacifisme
7. Republiek en een echte volks-vertegenwoordiging
8. Meer inhoud, minder verpakking
9. Ook de Vierde Macht vrij en verantwoordelijk
10. Democratische politieke partijen
11. Gelijke-kansenbeleid
12. Beter samen
13. Inclusie ook voor nieuwkomers
14. Ruimte voor politiek asiel en geordende immigratie; geen
illegale instroom
15. Goed bestuur
16. Mobiliteit en milieu : geen louter symbolisch beleid
17. Veiligheid is een grondrecht
18. Iedereen aan het werk
19. Stimulering van ondernemingszin en creativiteit
20. Iedereen aan het werk
21. Onderwijs is méér dan beroepsopleiding
1. Algemeen Vlaams belang als richtsnoer
Vlaanderen en de Vlamingen zijn ons eerste referentiepunt. Wij komen op voor
het algemeen Vlaams belang, niet voor belangengroepen of zuilen.
De Belgische constructie biedt voor ons geen enkele democratische meerwaarde,
wel integendeel. België is nu geen federatie, geen confederatie, maar
een “contra-federatie” : het is haast onmogelijk om een politiek
thema te vinden waarover men het in beide landsgedeelten eens is. Dáárom
kiezen wij resoluut voor Vlaanderen.
Vlaanderen en Wallonië moeten op verschillende vlakken (sociaal, economisch,
cultureel…) meer en meer hun eigen weg kunnen gaan. Wij willen daarin
de democratie ten volle laten spelen en verantwoordelijkheid opnemen voor
de eigen successen en fouten. Om dat te verwezenlijken moeten we de sleutels
van onze eigen welvaart in handen krijgen. Dat impliceert o.m. fiscale autonomie
en eigen bevoegdheid naar arbeidsmarkt, inkomensbeleid en sociale zekerheid
toe.
Ons Vlaams-nationalisme is geen doel, maar een middel om te komen tot meer
democratie en beter bestuur.
Meer Vlaamse verantwoordelijkheid wordt in een democratie stapsgewijs gerealiseerd.
Wij willen in dat proces het voortouw nemen. Tegelijk roepen we de Vlaamse
overheid op de bevoegdheden die ze nu al in handen heeft volledig in te vullen.
2. Vlaams-Brussel maakt deel uit van Vlaanderen
Vlaanderen omvat ook de Vlamingen in Brussel; Vlaams-Brussel. Brussel wordt
in onze visie een echt stadsgewest, uitsluitend bevoegd voor plaatsgebonden
aangelegenheden. In dat stadsgewest en zijn gemeenten eisen we als Vlamingen
onze rechtmatige plaats op.
Wij moeten Vlaams-Brussel institutioneel opnemen in ons geheel-Vlaams beleid
en er Vlaamse instellingen inplanten, eerder dan er eigen, lokale instellingen
uit te bouwen. Op die manier kunnen we steeds meer inwoners van Brussel/Vlaams-Brusselaars
ertoe aanzetten om te kiezen voor een volle deelname aan onze gemeenschap/ons
Vlaanderen.
Vlaanderen bouwsteen van Europa
Vlaanderen moet een eigen plaats krijgen in Europa en de wereld.
3. Vlaanderen lidstaat van de Europese Unie
Alleen door een autonomie te verwerven - zoals die van volkeren als de Zweden,
de Ieren, de Portugezen of de Grieken - kan Vlaanderen zich binnen de Europese
Unie echt ontplooien. Dat betekent dat we moeten streven naar een onafhankelijk
Vlaanderen.
Vlaanderen moet ook voortdurend waken over zijn zichtbare aanwezigheid in
een steeds groter wordend Europa. Dat kan door volwaardig te participeren
aan alle Europese instellingen. Ook de talrijke Vlamingen in de wereld kunnen
mee het beeld van Vlaanderen in het buitenland concreet vormgeven en positief
invullen.
Wij staan resoluut achter de Europese integratiebeweging, op voorwaarde dat
de Europese Unie een politieke entiteit wordt die handelt vanuit het respect
voor de eigenheid van elk van haar componenten, met een echt democratisch
vertegenwoordigend orgaan en een politiek verantwoordelijke regering.
Het subsidiariteitsbeginsel staat voorop bij de verdeling van bevoegdheden
tussen Unie en lidstaten. De bescherming van de culturele identiteit van elk
van de volkeren van de Unie is daarbij essentieel. Op korte termijn betekent
dit voor Vlaanderen : veel actiever opkomen voor onze taal en de sluipende
verengelsing een halt toeroepen. Vlaanderen moet zich ook veel zichtbaarder
maken in Europa en allianties aangaan met Nederland en andere (kleine en middelgrote)
staten en regio’s die zijn visie op Europa delen.
Vlaanderen voor een betere wereld
Vlaanderen moet een voortrekkersrol spelen in het streven naar correcte structurele
verhoudingen in de wereld. ‘Hulp aan de derde wereld’ moet plaats
ruimen voor het instellen van structurele solidariteitsverbanden tussen Noord
en Zuid, net zoals binnen ons land een eeuw geleden de armenbijstand overstegen
werd door de sociale zekerheid.
Internationale economische en financiële instellingen zoals de Wereldbank
of het Internationaal Monetair Fonds, moeten aan een democratische controle
onderworpen worden.
Het is een illusie te denken dat de mens vandaag in staat zou zijn als individu
te participeren aan een mondiale samenleving. Voor ons mag de mens niet verworden
tot een onbeduidend element in een zuiver economisch en ondoorzichtig systeem.
In de steeds grotere wereld moet de burger de eigen gemeenschap als een warm
nest beleven, een plek waarbinnen hij inspraak behoudt en zijn ecologische,
culturele, sociale, politieke en economische verworvenheden afdoende beschermd
weet.
Naast de bestaande economische globalisering dienen we werk te maken van een
sociale globalisering.
Kortom : beter globaal, meer lokaal.
Pacifisme is een Vlaams waarmerk, daarom dient Vlaanderen zich toe te leggen
op conflictpreventie en –bemiddeling, eerder dan op defensie. Dat staat
niet gelijk met doffe neutraliteit, maar juist met het wereldwijd actief opkomen
voor de rechten van de mens, van de volkeren. Vlaanderen moet het voortouw
nemen in de geweldloze strijd voor de emancipatie van alle verdrukte volkeren.
Vlaanderen staat voor meer democratie
Er wordt in dit land veel gesproken over de behoefte aan een ‘nieuwe
politieke cultuur’. Er heerst omtrent het functioneren van onze parlementaire
democratie inderdaad een wijdverbreide, maar enigszins vage, onvrede. De antwoorden
die vooralsnog op deze onvrede werden gegeven, lijken ons veeleer bliksemafleiders
die net een verdere uitholling van de democratie tot gevolg hebben. Personencultus
en emocratie zijn in opmars
7. Republiek en een echte volks-vertegenwoordiging
In een democratie horen functies niet geërfd te worden, ook niet op het
hoogste niveau. In die zin rijmt monarchie niet met democratie. We kiezen
resoluut voor de republiek Vlaanderen.
Het uithollen van de representatieve democratie ten gunste van referenda,
rechtstreekse verkiezingen van burgemeester, enz. houdt voor ons ernstige
gevaren in voor een evenwichtige besluitvorming waarbij het algemeen belang
vooropstaat. Een schijndemocratie, gedreven door platte emotie en stemmingmakerij,
is er niet zelden het resultaat van.
Wij willen onze democratische rechtstaat echt verdiepen en verbeteren. Daarom
kiezen wij in de eerste plaats voor een versterking van de volks-vertegenwoordiging
: een parlement dat in staat is tot een behoorlijke regelgeving te komen en
dat zijn controlerende functie naar behoren kan uitoefenen. Daaraan beantwoordt
dan een regering die zich kwalitatief legitimeert : regeringsleden moeten
worden beoordeeld op wat ze doen, niet op de partij waarvan ze deel uitmaken.
Politici moeten ook kiezen op welke wijze ze willen dienen : als parlementair
of als regeringslid. Overstappen van de ene rol naar de andere kan pas na
nieuwe verkiezingen.
De scheidingslijn tussen enerzijds controlerende en wetgevende en anderzijds
uitvoerende functies moet scherper getrokken worden.
8. Meer inhoud, minder verpakking
In een parlementaire democratie moet de inhoud primeren op de vorm, de boodschap
op de verpakking. Politici en politieke partijen moeten dan ook beoordeeld
worden op hun ideeën, niet op hun amusementswaarde. Niet media- en communicatiespecialisten
moeten het beleid bepalen om het belang van hun broodheren te dienen; wél
diegenen die politiek actief zijn ter wille van het algemeen belang en de
bevolking vertegenwoordigen.
Vanuit eenzelfde bezorgdheid voor de kwaliteit van de democratie en voor
het belang van de inhoudelijke boodschap - maar ook op basis van budgettaire
en ecologische argumenten - bepleiten wij de drastische inperking van alle
partijpolitieke propaganda ter gelegenheid van verkiezingen.
9. Ook de Vierde Macht vrij en verantwoordelijk
Voor journalisten en mediamensen bepleiten wij de invoering van een afdwingbare
deontolo-gische code en van een statuut dat de onafhankelijkheid van de redactie
ten overstaan van de eigenaars waarborgt. Over politici wordt bericht in het
kader van hun politieke werkzaamheden en louter in de daartoe geëigende,
bij voorkeur laagdrempelige programma's. Kijk-, luister- of leescijfers mogen
niet legitimeren dat journalisten en mediamensen een loopje zouden nemen met
de waarheid, noch dat zij mensen zouden raken in hun waardigheid, ook al zien
deze mensen dat misschien zelf niet meteen in.
Een openbare omroep moet kwalitatieve programma’s en objectieve informatie
brengen. Het is niet zijn taak zich concurrentieel op te stellen ten overstaan
van de commerciële omroepen. De openbare omroep moet over voldoende autonomie
beschikken om zijn publieke taak te vervullen, maar kan als publiekrechtelijke
instelling niet ontsnappen aan de democratische controle op zijn correct functioneren.
10. Democratische politieke partijen
Het democratisch gehalte van politieke partijen bij ons en elders in Europa
moet op objectieve wijze getoetst kunnen worden aan de eerbied voor de beginselen
van de rechtstaat en de rechten van de mens. Daartoe worden best op Europees
niveau een Commissie en een Hof voor de Democratie ingesteld. Deze Commissie
kan dan kennisnemen van de statuten van alle politieke partijen en van klachten
rond hun optreden. Zij zou politieke partijen die in woord of daad de beginselen
van de democratische rechtstaat niet onderschrijven en die de fundamen-tele
rechten van de mens niet respecteren, voor het Hof kunnen brengen. Het Hof
kan deze partijen dan verbieden.
Partijen die de toets van Commissie en eventueel Hof doorstaan, en die dus
wel aan de verkiezingen kunnen deelnemen, moeten door de overheid en de publieke
media op voet van volstrekte gelijkheid behandeld worden. Ook in dit systeem
behouden partijen de vrijheid om al dan niet met andere partijen samen te
werken of coalities te sluiten.
Vlaanderen inclusief
Tegenover de groeiende individualisering, apathie en vereenzaming
plaatsen wij een moderne gemeenschapsvorming. Waar mensen in een positieve
en open sfeer hun eigenheid kunnen beleven, versterkt het gevoel van solidariteit,
zowel naar binnen toe als naar buiten uit. Daarom zijn we voorstander van
een ‘inclusief’ beleid : we willen aan allen die met ons Vlaande-ren
willen maken, duidelijk zeggen : ‘we hebben jullie broodnodig, laat
ons van Vlaanderen een betere plek om (samen) te leven maken’.
‘Inclusief’ wil zeggen dat we iedereen in zijn eigenheid erkennen.
Daarvoor zijn sterke en afdwingbare niet-discriminatienormen onontbeerlijk.
We moeten niet alleen het anders-zijn van mensen en groepen tolereren, maar
die groepen ook ten volle aanvaarden. Discriminatie mag niet onbestraft blijven.
‘Inclusief’ betekent verder ook dat niemand in een hoekje blijft
zitten. Wij willen Vlaanderen samen opbouwen : een aparte benadering van taalminderheden,
etnische of andere minderheden strookt niet met een inclusieve benadering;
wel een doorgedreven gelijke-kansenbeleid.
Ook waar individuen maximale ontplooiingskansen krijgen, ontstaan spontaan
netwerken van mensen die zich op basis van gemeenschappelijke kenmerken en
interesses verenigen. Op voorwaarde dat ze zich niet onttrekken aan de maatschappij,
maar open en respectvol hun eigenheid uitdragen, vormen ze een verrijking
voor de gemeenschap. De overheid moet daarom buurtwerk en verenigingsleven
(jeugdbewegingen, seniorenwerking, culturele en sportieve verenigingen, politieke
en levensbeschouwelijke genootschappen) sterker onder-steunen.
13. Inclusie ook voor nieuwkomers
‘Inclusie’ is ook het kernbegrip in onze houding omtrent immigratie.
Alleen wie zich hier als immigrant binnen een redelijke termijn inburgert,
kan duurzaam verblijfsrecht en eventueel nationaliteit verwerven. Inburgering
staat gelijk met het aanleren van onze taal, evenals het zich vertrouwd maken
met onze maatschappij. Aan die inburgeringsplicht beantwoordt het recht van
de nieuwkomer om kosteloos, snel en overal in Vlaanderen een inburgeringstraject
te kunnen doorlopen.
Vlaming zijn is voor ons geen kwestie van etnische oorsprong, wel van het
actief deelnemen aan de Vlaamse samenleving, van het aanvaarden van de Vlaamse
‘publieke cultuur’. Die publieke cultuur kan worden gezien als
de verzameling van de geschreven en ongeschreven regels die ons samen-leven
ordenen.
Multiculturaliteit behoort tot de private sfeer en kan de publieke cultuur
verrijken en aanvullen.
De manier waarop de overheden zich tot vandaag met immigranten hebben ingelaten,
kan op zijn minst ‘diffuus’ genoemd worden. Er moet over gewaakt
worden dat het broodnodige scheppen van meer klaarheid terzake geen onschuldige
slachtoffers maakt. Anders gesteld : als onze overheden in het verleden geklungeld
hebben, dan moeten zij daar ook op aangespro-ken worden, niet de allochtonen.
Ten aanzien van hen dienen gastvrijheid en uiteindelijk ook de inclusie in
onze samenleving voorop te staan.
14. Ruimte voor politiek asiel en geordende immigratie; geen illegale instroom
Wie nog illegaal het land binnenkomt, moet duidelijk weten dat hij geen verblijfsrecht
zal krijgen. Alleen wie zich hier als politiek vluchteling rechtstreeks uit
het ontvluchte land aandient, kan in overeenstemming met de geldende internationale
afspraken op gastvrij politiek asiel rekenen.
Wel kan een opening gemaakt worden voor legale immigratie, evenwel zonder
onderscheid van intellectuele, economische of sociale aard. Op Europees niveau
kunnen quota afgesproken worden en in de emigratielanden kunnen Europese emigratiebureaus
worden opgericht. Die kunnen criteria bepalen voor mensen die voor immigratie
in aanmerking komen. Die nieuw-komers kunnen dan rekenen op een geordend en
gastvrij onthaal in Europa. Alleen zo kan de nodige openheid gecombineerd
worden met een efficiënte strijd tegen mensenhandel.
Vlaanderen beter leefbaar
Een Vlaanderen waar het goed is om leven veronderstelt een duidelijk en doorzichtig
beleid en een klare kijk op de toekomst. De ondoorzichtige regelgeving, de
logge administratie en de malaise in de gerechtelijke wereld die we nu kennen,
moeten prioritair worden aangepakt. Ook hier bepleiten we een geloofwaardige
langetermijnvisie in plaats van een beleid gebaseerd op mediastunts.
De overheid legt allerlei kwaliteitsregels op, maar vergeet daarbij wel eens
zichzelf. Goed bestuur vergt volgens ons onder meer : een wetgevingskwaliteitsbeleid,
wetsevaluatie, vereenvoudiging van de administratie, elektronische dienstverlening
met één toegangsloket. ISO-kwaliteitsnormen voor een gedepolitiseerde
administratie waarborgen een klantgerichte en gebruikersvriendelijke dienstverlening.
Wij pleiten voor de oprichting - op gemeentelijk niveau - van een ‘sociaal
huis’, ter vervanging van de bestaande zuilgebonden uitvoering van de
sociale wetgeving, en voor een ombudsdienst die klachten over de werking van
de administraties behandelt.
Wanneer de particuliere sector of autonome overheidsbedrijven openbare dienstverlening
op zich nemen, moet hun werking democratisch gecontroleerd kunnen worden.
De overheid moet betrouwbaar zijn. Daartoe is bovenal rechtszekerheid vereist.
Wanneer de burger, als hij daarom vraagt, van de bevoegde overheid geen (juiste)
informatie krijgt over zijn rechtstoestand, mag men hem nadien niet aanrekenen
dat hij het recht miskent.
16. Mobiliteit en milieu : geen louter symbolisch beleid
Er is heel wat te doen over een omvattend en beter beleid inzake mobiliteit
en milieu. Maar op enkele eerder symbolische maatregelen na, gebeurt er maar
weinig. Men moet ook de moed hebben om noodzakelijke, maar misschien minder
populaire, maatregelen te nemen.
We kiezen in Vlaanderen voor een duurzame mobiliteit, die de bereikbaarheid
van onze economische knooppunten waarborgt, het recht op een veilige en toegankelijke
mobiliteit verzekert en de kwaliteit van de leefbaarheid en het milieu gevoelig
verhoogt. Een bereikbare werkplaats, een veilige schoolomgeving en een leefbare
buurt zonder verkeersoverlast moeten met het recht op mobiliteit verzoend
worden : dat is wat wij verstaan onder duurzame mobiliteit.
Om dit te verwezenlijken zullen alle betrokken partijen moeten samenwerken.
Bij een omvattende aanpak van de mobiliteitsproblematiek hoort ook een doortastende
aan- en ontmoedigingspolitiek. Waar industrieparken en koopcentra buiten dorpen
en steden worden ingeplant, moet gezorgd worden dat ze met het openbaar vervoer
te bereiken zijn. Ook taxi-bedrijven kunnen in het openbare vervoernetwerk
ingeschakeld worden. We moeten verder niet enkel werken aan een betere mobiliteit,
maar tegelijk ook de noodzaak van tal van verplaat-singen in vraag stellen.
Naast de relatief gemakkelijk vaststelbare bodem-, lucht- en waterverontreiniging,
moet ook licht-, geur- en geluidshinder het voorwerp zijn van een krachtdadige
en systematische aanpak. Deze vormen van milieuverontreiniging, die de kwaliteit
van de leefomgeving soms sterk belasten, blijven al te vaak onbeteugeld.
Voor alle vormen van milieuverontreiniging geldt daarenboven dat er meer aandacht
moet gaan naar het voorkomen van vervuiling.
17. Veiligheid is een grondrecht
Wij erkennen dat er op tal van plaatsen een veiligheidsprobleem bestaat; het
gaat daarbij vaak om meer dan een louter ‘onveiligheidsgevoel’.
Veiligheid is essentieel voor de kwaliteit van het leven.
Politie en gerecht moeten over alle nodige middelen beschikken om zowel de
‘georganiseerde’ criminaliteit (de zogenaamde witteboordencriminaliteit)
als de 'kleine criminaliteit' grondig aan te pakken. Ze moeten kunnen voorkomen
dat in onze steden criminele benden over straten of pleinen zouden heersen,
over bedrijfssectoren of over handelszaken. We staan hier geen harde, maar
wel een efficiënte aanpak voor. Een doeltreffend preventiebeleid dat
de loutere symboliek overstijgt, staat hierbij vooraan.
18. Vlaanderen actief - Iedereen aan het werk
In een inclusief Vlaanderen mag van iedereen die kan werken worden verwacht
door arbeid in eigen levensonderhoud te voorzien of ten minste een bijdrage
te leveren tot het algemeen welzijn. Dat kan gaan om de zorg voor een familielid
of een hulpbehoevende vriend, om de zorg voor kleine kinderen of om ander
sociaal werk. Wij pleiten niet voor een geld-verdien-ethos, wel voor een arbeidsethos.
Ook werk buiten de arbeidsmarkt moet als volwaardig erkend worden. Wij wijzen
een onvoor-waardelijk basisinkomen voor iedereen resoluut af.
Eenieder moet de kans krijgen om zich door arbeid nuttig te maken. Wie geen
betaalde job kan vinden, moet - met behoud van uitkering – kunnen bijdragen
tot het algemeen welzijn. Het recht op arbeid kan niet ‘afgekocht’
worden met een uitkering.
Zich een tijdlang onttrekken aan de arbeidsmarkt om de gemeenschap te dienen,
zou zelfs regel kunnen worden door van alle jongeren een maatschappelijk ondersteunde
en efficiënt ingerichte gemeenschapsdienst te verlangen.
19. Stimulering van ondernemingszin en creativiteit
Vlaanderen bruist van ondernemingszin en creativiteit. De grijze cellen zijn
Vlaanderens belangrijkste grondstof.
Onderwijs en onderzoek moeten daarom een topprioriteit van het beleid zijn
: Vlaanderen moet meer dan de meeste van zijn partners van de Europese Unie
- en niet minder zoals nu - aan onderwijs en onderzoek besteden.
Zoals de samenleving in haar geheel moet het ondernemingsleven beheerst worden
door de onlosmakelijke beginselen van vrijheid en verantwoordelijkheid. De
Vlaamse welvaart verder ontwikkelen, veronderstelt dat aan de hand van het
vrij initiatief het ondernemingsklimaat maximaal wordt gestimuleerd. De ondernemer
moet zich niet alleen verantwoorden ten overstaan van het kapitaal en het
personeel, maar draagt ook een sociale, ecologische en culturele verantwoordelijkheid
tegenover de hele samenleving. Daartegenover staat de plicht van de overheid
om de ondernemende zelfstandigen een billijk en aangepast sociaal en fiscaal
statuut te verzekeren.
Voor een eerlijk product moet ook een eerlijke prijs worden betaald. Dat
betekent dat niet enkel de economische kost van goederen en diensten in de
prijs verrekend moet worden, maar ook de sociale, ecologische, culturele en
maatschappelijke kost. En dat zowel in een nationale als in een internationale
context. Vrijhandel en vrije concurrentie moeten daarin hun grenzen vinden.
Handel die de persoonlijke waardigheid van mensen aantast, moet uitgesloten
zijn.
Op een lager niveau zal de overheid jonge ondernemers en kunstenaars daadwerkelijk
bijstaan om een plaats te veroveren. De duurzame ondersteuning van niet-maatschappelijk
gedragen initiatieven moet een halt worden toegeroepen, zodat substantiële
middelen voor nieuwe generaties kunnen vrijgemaakt worden. De overheid moet
er wel over waken dat cultuur voor iedereen financieel toegankelijk blijft.
20. Meer kwali-tijd en aandacht voor een Vlaams gezinsbeleid
Velen werken zich vandaag in Vlaanderen uit de naad. Niet noodzakelijk de
arbeidstijd moet verminderd worden, wel de werkdruk. Er moet ook niet noodzakelijk
steeds meer betaald worden, maar het werk moet zo goed als mogelijk worden
afgestemd op het gezinsleven van werkenden.
Traditionele periodes van vrije tijd (avond, feestdagen, weekend) moeten zoveel
mogelijk gevrijwaard worden om het sociale en culturele leven te bevorderen.
Kinderopvang moet kosteloos zijn voor al wie werkt. Ook leerplichtonderwijs
dient effectief kosteloos te zijn. In plaats van besparingen en rationaliseringen
opteren wij inzake onderwijs resoluut voor nieuwe investeringen. Daarnaast
wensen wij een geëigend gezinsbeleid als homogene Vlaamse bevoegdheid.
Investeren in kinderen betekent investeren in de toekomst van een gemeenschap.
Een kinderwens mag niet gedwarsboomd worden door financiële belemmeringen.
21. Onderwijs is méér dan beroepsopleiding
Op het vlak van onderwijs moeten we in Vlaanderen inspanningen blijven leveren
om echt aan iedereen gelijke kansen op individuele en sociale ontplooiing
te geven, vooral aan sociaal zwakkeren. Dit betekent ook geestelijke verschraling
bestrijden. Zo willen we duidelijk stellen dat het onderwijs niet alleen een
poort moet zijn naar de arbeidsmarkt, maar ook naar cultuur, waarden en democratische
participatie aan de samenleving.
Iedereen moet zich daarom van de standaardtaal kunnen bedienen. Alleen zo
kunnen mensen ten volle deelnemen aan het publieke debat. Het is de taak van
onderwijs en media om allerhande vormen van ‘tussentaal’ tegen
te gaan.


